Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Die verzekering ....," begon Ruurt.

Roos overblafte het. „Da's toch ook al wantrouwen an 't Opperwezen. Zeker en wis! Maar nou Wiggert z'n eigen er tóch in begeven heb, waarom berekent hij 't verlies nou niet zoo hoog mogelijk?"

Ruurt zat recht-op, en zijn stem klonk zwaar en gestreng. „Dat is omdat hij voor de eerlijke taxatie 'n ééd afleggen moet, Steven Roos. En 't is mij liever dat de jongen scha' lijdt an guldens, dan dat hij scha' lijdt an zijner ziele zaligheid."

Een stilte gleed over zijn woorden.

Hendrien zat met gevouwen handen en gebogen hoofd, en het was of ze bad.

Siena hielp toen het gesprek weer op gang. „Weet jelie dat nou wel zéker, lui', van die eed? Ik heb 't nooit eer 'hoord. Kijk 's, ikke .... ik ben altoos sterk voor de vreê, maar netjes is ook niet om de zwijgende bedelaar te spelen bij d'ouë-lui, néé."

Hendrien hief haar hoofd en haar handen beefden. „Siena! Siena! Bij de éigen ouders komt 't kind nóóit als bedelaar."

„Wees er maar niet ongerust over," zei Tjeerd gemelijk, — „dat hij jullie wat vragen zal! Hij kent jullie immers!"

Roos grijnsde kwaadaardig. „Dan jullie maar diep in de buul tasten, lui', tja!" Zijn stem driftte ineens hoog op. „Van Wiggert, van die stomperd, begrijp ik geen klap! Dat was nog blijd, toe' die bok, die — die lichter van Goedkoop, 't schip heelhuids uit 't slijk haalde."

IS

Sluiten