Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij voelde de warmte van haar lichaam op de dijen, de knieën, en trok haar wilder tegen zich. „Me kleine pop, niet? Me wijfke, niét? Me wijfke! Zeg nou 's, hè, zeg 's, zou je dat vóórt wel....?"

Ze schrok op en lei de kleine koele handen in een zacht afweren tegen zijn hals. „Stil tochl Nee, nee dat mag niet, weet je wel...."

Hij drukte zijn wang tegen haar handen. „Als ik 't toch zoo èrg graag had, pop?," zijn stem hokte. „Toe Boukje, luister 's, als je mij 's èrg blijd kon maken, net zooveel als van 'n narigheid afhelpen, Bouk?"

Ze keek uit groote, niet begrijpende oogen, rimpeltjes trokken in haar voorhoofd, ,,'n Narigheid? Ik — ik weet niet wat je meent," stamelde ze, en een angst kwam in haar, ze wou zich losmaken, opstaan

Hij hield haar neer, perste de lippen weer in haar nek, op haar oogen, vatte haar mond. Pijnlijk werden zijn zoenen, ruw van hartstocht.

„Tjeerd toch I Tjeerd, nee, néé....," ze hijgde. „Dat is leelijk," bracht ze uit, — „léélijk."

Hij overlachte het, had weer haar mond beet. Zijn armen knelden. „Doet 't pijn? Och nee? Nee toch? Nou, ik heb je zoolang niet 'had, ben almaar alleen." Tusschen het kussen door, fleemde hij het, zijn lichaam gloeide van ongeduld. „Nou moet je 'n beetje lief

voor me 'n beetje lief . . ..," stroef kwamen

zijn woorden, zijn oogen trokken donker als van toorn en maar moeizaam wrong hij de lippen tot een lach.

Achter het Anker

33

Sluiten