Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeg 's, lus' jij ook geen zoen van 'n jongen als ikke ..? Dié daar, is bang van me Vader zijn pet!"

De jongen kromp in van de lach. ,,Al-le-machtig! Nou da-'s ... da-'s aardig, Bart! Kom wij gaan er samen op af." Hij zwaaide de arm om haar heen en trok haar mee, het duister in.

Tjeerd volgde langzaam en van verre, door zijn wrevel kroop een spijt. „Lammenadige tegenslag, toch! Arre-tjasses, zoo'n duvelsche wanbof!"

— Gemelijk liep hij het helder-verlichte kermisterrein over en gluurde er heet van zijn zwoel-opdringend begeeren, naar zwierig-gekleede juffers en meiden-in-tentjes. „Die van de wal pakte je zoo gauw niet, de heertjes waren er als bijen om de honing! 't Beste maar, 's uit te kijken naar 'n maat en samen 'n borrel....," de gedachte brak en met een schok bleef hij stil, hij zag Eefke Mussels.

Op het rommeligste gedeelte van het kermis-plein vlak tegenover het vergulde paleisje van de stoomcaroussel, zwierde ze, bij de haastige wals van het orgel, hoog en wild rond in een pluchen zitje van de zweefmolen. Ze leunde luchtig tegen een jongen, die achter haar zat en praatte druk. Kruiselings hield ze de beenen, bevallig het hoofd, en het pony-haar zwaaide kroezig en vol om haar blozend gezicht.

Tjeerd kreeg een branderige gloed in de wangen, hij kwam dichterbij en zijn oogen werden strak. „Heden wat 'n mooie meid toch! Oh god — zoo'n móóie meid," het kreunde door zijn kop, hij neep de

SO

Sluiten