Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zette slepend een wals in. Eef neuriede mee. De molenman haakte de kettinkjes vast, zijn vrouw kwam het geld ophalen en de molen draaide.

Eef veerde op. „Effe wachten tot 't gauwer gaat! Nou — dan!" Ze reikte hem haar hand. „Vasthouèn hoor! Vast-houën!"

De molenknecht duwde haar bankje op, hoog vloog ze, schaterend... Telkens ontglipte haar hand aan Tjeerd's greep.

De jongen boog uit, rekte zich, gleed bijna van het zeteltje af, één keer vatte hij woest toegrijpend haar knieën.

Eef gil-lachte .... Wulpsch tuimelde ze naar het licht van de lampen en dartel spartelde ze naar het donker van de nacht. Haar lichaam weelderig en poezel, leek hotsend te drijven op de wilde muziek van het orgel. Haar brekende lach hitste, haar oogen lokten, haar mond rood, gul en begeerlijk, scheen te wachten op de dringendste zoenen.

Het flitste door hem: dit was of hij zijn droom zag, zijn droom van jarenlang, die hem bang van belustheid maakte, en diep ongelukkig

Over haar heen zwenkte hij, joelerig lag ze onder zijn heete blik. Ze had de stevige beenen in hooge blinkende rijglaarzen en trapte naar hem. Tjeerd vatte haar bij de arm. „Hebbes," lachte hij dronken, — „hebbes!" Onder het botsende zwieren kon hij haar toch niet houën, toen greep hij haar voet.

Eef kronkelde in-een van de jool, wrong zich

58

Sluiten