Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik ... ik heb ook allegaar op de post 'let," vertelde ze dof, — „daar voor 't raam zat ik dan maar, en .... en de naald trilde me in de vingers, en toe' er maar nooit niks kwam, och jongen, dat was zoo — zoo barakelig! En toe' later ... toe' later, ach heden wat was ik toch hard ziek."

Hij lei zijn wang tegen de hare en keek uit verdrietige oogen. „Je moet dat nou allegaar maar gauw vergeten, pop," troostte hij, — „nou ben ik er, en nou ben je voort nog niet van me af ook ..."

Ze leunde zwaarder tegen hem, hij voelde haar vragende blik.

„Je heb toch niks ...?," fluisterde ze verlegen, — „toe zèg maar, Tjeerd."

Met een ruk hief hij zijn hoofd, zijn stem klonk onvast. „Och meiske tocht Duufkel Wat is dat nou? Wat moet ik nou ?"

Vrouw Zeelt liep af en aan in het slaap-vertrek, hij keek naar haar om en ging dralend zitten op de biezen stoel bij het bed.

„Ik dacht maar zoo," zei Bouk beschroomd, — „ja ik weet eigenlijk zelf niet waarom ...."

Hij vouwde zijn handen over de hare. „Je moet ook bedenken," zei hij stil, — „dat 't mij hier nog vreemd is, zóo bij jóu," hij drukte zacht haar broze vingertjes en keek voor zich neer.

„Oh — dat....," Bouk ademde verlicht op. „Ja, dat is ook zoo," begreep ze en lachte zacht en fluisterde: „Oh malle jongen 1 En — en daarom.... daarom

75

Sluiten