Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan 'n paar eiers voor je! Of — of bak ze in de koekepan, zoo dee' je Moeder wel 's, hè, verleeën winter?"

Ze keek voor zich neer. „De reuk van die biels," klaagde ze en zocht haar zakdoek, een fletse eau-decologne-geur zweefde er van, — „die reuk da-'s .. ."

„Ons brood," vulde hij stug-nadrukkelijk aan, — „die laaiing koemest er voor, stonk niet lekkerder en die rotte keet panharings ...."

Ze bedwong maar moeizaam een opstuwende misselijkheid. „Tjakkig, dat hij over dat vuile.... bij 't eten ... .," driftig lei ze haar vork neer.

Tjeerd at met smaak voort, laadde nog eens zijn bord af, lepelde gulzig het vet over de aardappels en begon na een poos ook de broeder aan te snijden. Een tevredenheid gleed door zijn oogen en zijn glimlach.

„Wel plezierig," bedacht hij, — „dat Jur zijn kornuiten an de wal hèt, ben je nog 's onder ons."

Ze tuurde langs hem heen. „Ben jij ook de heele Zondag de boot kwijt, en zoo'n stille dag, achter 't anker ... ."

„Als je 'trouwd ben," viel hij daar dollerig op in, —r „dan ben je nergens liever dan bij moeder-de-vrouw." Hij wierp de vork rinkelend neer op het leege bord, rekte zich, en bezag haar met een vleiende blik.

„Ja, nou praatte ze mokkerig tegen, — „na'

de Kerk moch' je toch ook wel 's." Zijn oogen mijdend, stond ze op, haalde de Bijbel van het rekje. „Toé lees 'n brokje."

Onwillig raffelend las hij een kleine Psalm, zuchtte

Achter bet Anker

"3

Sluiten