Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-en gist uit, maar dat kan morgen. Ik gaan nou 'n paar augurken koopen en 'n hartige beet, gunter dn 't zuurstalletje. Ze hebben daar van alles, zegl Rolmops en garnalen met hard-gekookte eiers en dikke sjuu en uitjes 1 Hè-è, ik snak er naar. En sinaasappels, ahman, bömmers, twee vuisten groot."

Hij lachte om haar gulzige opsomming, en kneep haar arm tegen zich aan. „Ja, ja wat jij wil, vat ik wel "

Quasi verwonderd keek ze naar hem op, en brak dan uit in een schater, even zette ze haar scherpe witte tandjes in de mouw van zijn jas. „En ikke dan?," gnuifde ze hem wegtrekkend uit het licht van de winkellampen, naar de schemer van de stille straat. „Denk je dat ik niet weet, wat jij...?," haar oogen dwongen.

En snel lei hij zijn arm om haar heen. „Ja, nou? Maar dat zou je ve'zelfs niet willen, dat — wat ik . .," hij praatte het met een onzekere stem en zijn begeerte groeide uit als een booze zweer.

Het vrouwtje naast hem lachte stoeierig, en ze rekte zich op de teenen, duwde hem haar mond toe. „Ja, ja toch wel, je mag...," haar praten brokkelde af, en hijgend genoot ze zijn zoenen.

„Ik weet 'n stil plaatsje," zei ze rap, — „vlak bij de haven, in 't gras ..."

Hij kreunde en greep weer haar mond, perste haar tegen zich aan. Een oogenblik later liepen ze snel het 'duister in.

— Het klokje op de schoorsteenmantel in de roef

*54

Sluiten