Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hè, en je hadt geen hinder of last, maar de zwakkere, die stroopt er altijd voor op. Da-'s naar, maar 't neemt niet weg, dat je 't je eigen toch zóó niet intrekken mag. Heden nee, je wordt op die manier oud voor je tijd. Tja, da-'s wezenlijk zoo. Jij nou ook! Heer-heer, je lijkt me altemet toch al zóó oud en — en zóó zat van 't leven. Ik — ik kan me maar niet begrijpen dat ik viér jaar ouër ben dan jij, en — en ik vat ook maar niet, dat je je eigen te — te slecht achtte ....?" Ze schudde het hoofd en haar oogen vroegen ....

Tjeerd kneep de handen krakerig ineen. „Da-'s er óp of er ónder," besefte hij en met een doffe stokkende stem vertelde hij van zijn leven.

Riek werd heet in het gezicht en een paar keer zei ze: „Och hedenI Och harre-jennigl Maar da-'s toch slim," toen werd haar mond strak en stil en een frons kwam er tusschen haar oogen.

Een bang voorgevoel duwde dat op in Tjeerd, een scherpe angst, en hij zag het ineens: „Dat was mis, heelegaar mis, zoo een als hem die zou Riek van de Baas nóóit willen. Nou was-t-ie er af, en nou moest iè maar zoo gauw mogelijk weg ..."

„Je moet me niet kwalijk nemen, Riek," soebatte hij baloord, — ,,'t was maar 'n gedachte, hoe za-'k zeggen, 'n — 'n droombeeld, nie'waar? Wat veel te — te moois, dat weet ik wel, zoo'n vent als ik, die moest maar ...."

Riek schudde het hoofd. „Nee, nee, nou kalm an," viel ze er sussend op in, — „de stap is groot, dat spreekt.

173

Sluiten