Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet bot-weg „nee" 'zeid, ie moch' nog hopen, haast geloofde ie ook wel dat zij toch ....," hij dacht het niet uit, een tinteling sprong door heel zijn wezen, en zijn oogen bekwamen van de groote vreugde, een stralende helderheid.

Riek bloosde toen ze hem aanzag en zijn blik opving. Haastig kwam ze overeind en schonk hem nog eens een bakje koffie in. ,,'t Is nou niet, dat ik je weg-kijk," zet ze met een ongewoon bedeesde stem, — „maar 't beste lijkt me toch, dat je astonds vort ben, als Vader thuis komt. Ik kan 't dan dalijk met 'm bepraten." Ze brak het af en lachte bloo. „Nou jóng', je hoef' direk niet "

Maar Tjeerd was al overeind, en staande dronk hij zijn heete koffie uit.

,,'t Kindje," bedacht Riek plotseling, — „je zou toch 'n goed vader voor Hidde's kind ....?"

Hij knikte. „Als m'n éigen vleesch en bloed, zal 't meiske me wezen. Ja, ja, zekerlijk 1" Zijn stem werd dof en smartelijk en het was of zijn gedoofde blik naar verre droeve dingen keek. „Ik ben murw 'slagen met 'n brandende roe," zei hij ontroerd, — „ach mensch-lieve, en nou — nou hê-'k 'n gevoel in de botten of ik mijn nagels van de vingers zou kunnen ploeteren voor jou en 't kindje van jou, dat aardig dierke..."

Riek wist er geen antwoord op.

En Tjeerd kwam snel een stap nader, een rilling schoot hem door de leden, toen hij naar haar groote rechte lijf keek, naar haar gaaf-blank gezicht met de

175

Sluiten