Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen brak hg de nijpende stilte. Znn staalgrijze oogen zagen haar kahn-onverschillig aan, terwijl hij de courant ineenvouwde. „Zeg, waarom zitje me zoo aan te staren?" vroeg hij luchtig en zonder eenige boosheid in znn toon.

Onder de plooien van haar morgenjapon bewoog snel haar smalle borst; nog durfde ze, verlamd door znn koel-klaren blik, de vermetele vraag niet wagen. „ God, zeg toch iets," viel hij geprikkeld uit, „je kunt toch antwoorden als ik je iets vraag?" Maar nu vloog zij op van haar stoel; drift om zijn kwetsenden toon stuwde haar moed: „Die brief..." drong ze heesch, hem strak aanziend.

„Welke brief? Deze?" Hn nam, kalm verbaasd, het paars couvert in znn hand. Over de tafel heen boog ze zich naar hem toe: „Nou, waarom... waarom geef je hem mij dan niet... ?"

Nu lachte hij spottend, luid-op: „Omwaait de wind uit diè hoek? Ben je weer 'ns jaloersch? Na al wat je me daarstraks hebt verweten dacht ik niet, dat je op zoon ongeluk als ik ..."

Haar vingers nepen zich om den tafelrand. „Ik wil weten van wie die brief is," hijgde ze, haar gezicht vlak voor 't zijne. Hij stak, volkomen kalm, het couvert in den binnenzak van znn jas, trok er meteen z'n sigarenkoker uit.

13

Sluiten