Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE HOOFDSTUK.

Op een Zaterdagmiddag in October, na 't koffiedrinken, kondigde Herbert onverwachts aan: „Wé moeten morgen bij de Van Royens een visite maken."

„Waarom? Waarvoor? Ikkendiemenschen niet," weerde zij, opgeschrikt door den naam, die nooit meer tusschen hen werd genoemd. Hn stond voor den spiegel; rekte met zelfbehagen zijn stoere armen uit. „'t Is al onbeleefd genoeg, dat we 't niet eerder gedaan hebben. Van den zomer, toen ik hen in Spa ontmoette, heb ik er al van gesproken." • „Dus je hebt," veerde zij ontsteld op, „jehebt die menschen van den zomer ... waren die ook in Spa ?'

„Heb ik je toch geschreven?" deed lnj onverschillig.

„Néé!" hijgde ze; haar oogen vlamden. „Dan toch later verteld ...?" „Te vertelt me nóóitiets!" barstte ze snikkend uit, „niets van al wat je .. .' Hij legde zwaar zijn hand op haar schouder. „Denk éven na, vóór je een scène begint en me voor een echtbreker uitmaakt. Van Royen heeft een zwakke gezondheid en deed een kuur in Spa. Zij waren er voor 'n heel seizoen, wg voor twee dagen. Wat, in 's hemelsnaam, kun je me verwijten? Dat ik ze heb aangesproken toen ik ze tegenkwam?" 28

Sluiten