Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE HOOFDSTUK.

Na de loome en zwoele dagen, waarmee zich de na-zomer had voortgesleept, was plotseling de herfst ingevallen met prikkel-scherpe kou in den neveligen ochtend en bleeken zonneschijn in de korte middaguren. Dien morgen had er rijp geglinsterd aan de heesters in den tuin, en de wijd-gespreide spinnewebben schenen er van broos, wit porcelein geworden; het eerste vroolijke kachelvuurtje verdreef de vocht uit de kille kamers, en Lize, haar nauwgezette zorg voor behangsel en meubels vergetend, had, terwille van het koesterende zonnetje, de gordijnen in de serre hoog opgehaald.

In den namiddag, toen ze er met het kind, dat niet had willen slapen enlastig en huilerig was, plaatjes had zittenknippen.kwam Anna zeggen dat mevrouw Van Royen wachtte in de salon. „"Waarom heb je niet eerst gevraagd of ik belet had?" bitste het vrouwtje ontsteld, en met een zenuwachtige besluiteloosheid overlei ze even of ze nóg zou durven... nóg zou laten zeggen, dat ze niet... Maar tegelijk al was ze opgesprongen om de pluizen van haar rok te slaan, streek ze heur haar glad voor den spiegel en suste Jopie, die drenzig om haar aandacht riep. „Schuif de suitedeuren maar open," beval ze haastig aan de meid, „en neem het kind dan mee in de keuken."

4 43

Sluiten