Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beiden ... zij schenen aan niets te denken, om niets zich te bekommeren dan om elkaar. Als vastgehaakt volgden Lize's oogen elke beweging van de twee gestalten, met uiterste spanning greep hen haar blik, als kon ze daarmee tasten en raden naar wat er tusschen hen werd gesproken. En pas toen zij, struikelend, zich pijnlijk stootte aan een steen op den weg, Heten haar gedachten de anderen los en keerden naar haarzelve : zij, sluipend als een dief in den nacht... hijgend van moeheid en bevend van ellende*... zij, Herbert's vrouw, verwaarloosd en smadelijk vergeten ... om den tuin geleid en gewetenloos bedrogen, speurend, eindelijk, als een jager het lang vervolgde wild: het bedrog .. . het bedrog! En op dat oogenblik kroop een ongekend gevoel in haar op, oneindig anders dan de kwellende argwaan der laatste maanden, dan haar jaloersche achterdocht... Wezenloos onderging ze het, gevangen in een geweldigen ban, rechtop en als verstijfd, terwijl haar handen zich krampten, totdat de nagels in heur palmen drongen.

Want in haar eigen pijn voelde ze, zoo fel, zoo hevig als een werkelijkheid, diezelfde vingers nijpen, nijpen in den blanken, naakten vrouwehals ... ze voelde het slanke lichaam knakken onder haar greep, ze zag den rooden lachenden mond verstarren, en hoorde heur eigen ijzigen lach ...

Dan, als zocht haar zelfbehoud dien uitweg,

65

Sluiten