Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De twee stonden stil... was hier het huis al? Ze boog haar hoofd naar voren om méér te kunnen ontdekken dan het zwakke lantaarnlicht haar verraadde; pas nu ze stilstond voelde ze het wilde, pijndoende bonzen van haar hart en de beving, die haar knieën machteloos deed zijn.

Opeens maakte Dolly, die recht tegenover Herbert stond, een bruuske beweging; van haar bloote armen vielen de wijde mouwen van zwart bont terug en duidelijk zag Lize hoe ze die armen, vaal wit inden schemer, eerst naar Herbert's schoud er s hief, dan ze strengelde om zijn hals. En tegelijk hoorde zij het diepe, koerende lachje, dat zij zoo bitter haatte en de hooge stem, vleiend en plagend: „~We\ ja... gerist! Natuurlijk is hij uit 1 Wees toch niet altijd zoo bang, gekke jongen... Wbensdagsmiddags is hij er immers nooit... 1 Lize kon niet hooren wat Herbert zeide ... maar zién kon ze, dat Dolly haar gezicht vlak bij het zijne bracht, en zién, den heftigen, bijna wilden ruk waarmee lnj het kleine soepele lichaam in zijn armen trok... Het duurde ... het duurde een eeuwigheid; de wind voer door de heesters, opeens kraakte een tak met een korten snerpenden tik, in het wattige donker sloeg Lize de armen uit naar steun, maar een gewirrel van naakte twijgjes stak als naalden naar haar bloote handen... „Dit kan niet... kin niet waar zijn!" dacht ze wild; „ik droom het... ik zal dadelijk

67

Sluiten