Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het veüig-stille salonnetje ruw open. „Daar is de aardappeleboer van verleje week. Of u nog op wil doen voor van de winter ... hij zeit dat het nou de goeie tijd is ..."

Maar een poos later, toen Lize zich vond staan voor het bureau in Herbert's kamer, verwerkehjkte zich opeens geen gedachte meer in de doffe leegheid van haar hoofd.Waarom stond ze hier ... met welk doel was ze hier ook weer naar toe geloopen? _ j

De beide vensters van het ongezellige, weinig gebruikte vertrekwarenhoogopgeschoven.de loshangende vitrages zwiepten langs de natte kozijnen en met de volkomen automatische zorg voor al wat haar huis betrof, ging ze er heen en trok ze opzij. Voor de woning aan den overkant schrobdede meid de stoep, een stoere struische meid, met slordige haarpieken over een donker gezicht en steenroode armen uit opgestroopte mouwen. En op dat oogenblik kwam de meneer van dat huis, in zijn onberispelijke grijze jas en verlakte schoenen uit de deur en monsterde grimmig den zondvloed voor zijn voeten.. Hij zei iets, en dadelijk hield de meid op met schrobben en rechtte haar rug, zg lachte vlak in zijn gezicht met een uitdagende vrijpostigheid. Voorzichtig tripten zijn glanzende schoenen tusschen de plassen... zg, leunend op haar bezem bleef hem nazien... en een tien passen verder draaide hij, alsof hij

Sluiten