Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een huiselijk kiekje, door zijn broer genomen, zij stonden er gearmd voor een van de hooge bloeiende heesters in moeders tuin, hij mar* tiaal en voor de gelegenheid plechtig, maar zij met een lach, dien ze niet meer had kunnen bedwingen, op haar gelukkig gezicht. Hun bruidsdagen ... nog geen vijf jaar geleden ... zoo had ze er toen uitgezien... zij, het meisje waarop Herbert toen dol verliefd was. Wat een mooie slag zat er toen nog in 'r haar, wat glansde het in de zon, en haar gezicht,... dat gave, ronde lachende meisjesgezicht... o ze wist het, móói was ze toen niet, maar opeens begreep ze het toch, als was dat meisje op de foto een vréémde, dat een man bekoord kon zgn door dit blijde en zonnige ... dat een man had verlangd dien lachenden gelukkigen mond te kussen ... En dan, met de bedwongen langzaamheid van een, die weet z'n oordeel tegemoet te gaan, hieven zich haar oogen van de foto naar den spiegel tegenover haar. Glad en achteloos naar achter geknoopt droeg ze het dof geworden haar, waaraan ze alleen bij zeldzame gelegenheden nog wat zorg besteedde. En waardoor ... hoe kwam het dat haar gezicht zoo anders was geworden...? Vijf jaar... oud was ze nu zoomin als toen... maar met martelende duidelijkheid zag ze de matheid van haar beschreide oogen, de hoekige magerte van 'r bleek gezicht, de vouwen van leed en bitterheid om baar dunnen bloedeloozen mond.

Sluiten