Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

troosten; „wie weet toe gauw het uit is.. . en hij er een eind aan maakt." Had ze de vorige maal, bij zijn thuiskomst, zijn onrustige onvoldaanheid niet duidelijk aangevoeld ...? Had ze den laatsten tijd niet menigmaal, wanneer hij met schaarsche woorden een lange afwezigheid trachtte te motiveeren, in zijn stem, in zijn oogen, in de bruuske bewegingen van zijn forsche lijf iets onnoembaars gespeurd... iets, dat ze niet definieeren kon, doch waaraan haar opgejaagde jaloezie zich opeenmaal wonderlijk kalmeerde ? Was het dan niet telkens geweest of zij, de droomerige en in-zich-zelf gekeerde, door een haar zelf onbekend zintuig wist, dat het samenzijn met die andere hem niet de felle vreugden had gegeven, waarnaar hij dien morgen gehunkerd had ... Was het misschien een vaag en door hem zelf nog onbegrepen schuldgevoel, dat hem dan daarna zoo stuursch en rusteloos entegelijkzoo ongewoon week en teeder deed zijn... ? * Want het was op zulke avonden, en in de kwellende spanning, die dan als iets tastbaars over hun bijeenzijn hing, dat hij soms opeens zijn arm op haar schouder kon leggen met de hartelijke vraag waarom ze zoo bleek zag ... of Jopie lastig was geweest... of ze 't zich niet te druk had gemaakt...? En de laatste maal dat ze weer, door haar rusteloozen drang bezeten, in regen en wind door de wintersche straten had gejaagd, had ze, bij haar thuiskomst, door het onverhulde ven-

Sluiten