Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE HOOFDSTUK.

Toen viel, vroeger dan andere jaren en dadelijk met buitengewone strengheid, de winter in; in den tuin lagen de anjers, die gedurende de eerst zachte December-maand nog dapper waren blijven bloeien, na één vries-nacht als scheefgevallen, dorre stekken over elkander, en in den kleinen linde-boom, die tot nu zijn gouden blaadjes zoozorgvuldighad weten vast te houden, sprongen de vinken en lijsters door de plotsehng kaal-geworden takken, wachtend op de kruimels, de zonnepitten en hennepkorrels, die Jopie, fronsend onder 't gewicht van de nieuwe taak, een paar maal daags op het steenen stoepje kwam strooien. De middagzon scheen valig-geel tegen de nog niet ontdooide ramen van de serre, en Lize, die om den wilden Noordenwind, welke zelfs tusschen de met tochtdekens behangen vensters scheen door te blazen, de wijk in de somberschemerige huiskamer had gezocht, zat daar metverstijfdevingersdewaschtevouwen,toen ze Herbert kort na het koffieuur thuishoorde komen; nog voor ze den schrik, die bij elk ongewoon gebeurenhaarhartonrustigdeedbonzen, had verwerkt, stak hij zijn hoofd om de kamerdeur: „Waar zijn m'n trui en m'n schaatsen?" „Wou je dan nu ... is de baan al open ?" hakkelde ze ontsteld; met een nieuwe reeks nog onvoorziene en ondoorvorschte mogelijkheden opeens dreigend voor oogen: 108

Sluiten