Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijl, wat daar op dien lichten gladden ijshoek een behendig spel leek, onaf gebroken duurde, begon ze zich aarzelend rekenschap te geven... en drong het langzaam tot haar door . .. dat Herbert daar nu juist zoo stond als zij twee maanden geleden, in de donkere straat achter het park, gestaan had... gemarteld door jaloezie, vergeten, opzij geschoven voor een ander; en onrustig-bevreemd vroeg ze zich af: of hij dan nu lijden zou... hij, de luchthartige en onkwetsbare, even duldeloos en opstandig als zij toen? Dolly en haar nieuwe vriend bleken hun kunstrij-toeren te hebben beëindigd; een poosje stonden zij naast elkander te rusten en het drukke gewemel op de volle baan te overzien, dan, de armen kruisend, reden zij langzaam en met elegante zwenkingen naar den kant waar Herbert stond. Maar vóór ze hem naderden, was hij van de plaats waar hij hen zoo lang en roerloos had bespied, verdwenen; in de verte meende Lize hem nog te onderscheiden, snel rijdend met korte, gansch niet bevallige slagen, gebogen en met de handen op den rug; nu zag zij Dolly met haar partner langs zich gaan, zó o dicht dat zij het krassen van hun schaatsen hoorde; zij kon, op het knappe gezicht van den jongen officier, de verliefde gespannen aandacht zien waarmee hij neerkeek op het vrouwtje naast hem en ze hoorde, met de oude huivering van weerzin, Dolly's diepe koerende lachje vol dubbelzinnig plezier ...

Sluiten