Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Snel zei hij, toonloos en automatisch correct: „Bonsoir... excuseer mevrouw..." en tegelijk al was hij terzij gestapt en vergleed hij tusschen de snoeren van witte vlokken in het grondelooze donker van de straat., Toen Lize de deur gesloten had, was de gang leeg... Naar boven kon Herbert in dat korte oogenblik niet geloopen zijn ... haar oogen gingen naar de geopende deur van den salon ; en alsof ze iets schuldigs deed, zóó beefden haar knieën, toen ze er binnen sloop. Maar in den vorm van zijn roerloos lijf, zooals ze t vaag vermocht te onderscheiden tegen hèt bijna even donkere raamvlak, voelde ze dadelijk, intuïtief, dat hem niets meer blééf van den ruwen overmoed, waarmee hij daareven Dolly's man te woord had gestaan... en zelfs toen ze vlak naast hem stond en haar hand aan zijn arm raakte, scheen hij haar bijzijn niet te bemerken. Doch, als werd het haar door dit ééne schuwe contact geopenbaard, wist ze op hetzelfde oogenblik, onwrikbaar zeker, dat het uit was tusschen Dolly en hem ... en dat hij lééd... hij, de onkwetsbare en overmoedige ... dat hij nu net zoo leed als zij... daar in de verlaten straat achter het donkere parkgeleden had... En wat telde al het andere nog... zijn bedrog en haar vernedering, zijn ontrouw en haar bittere eenzaamheid... bij dit weten?

Schuchter, bijna aarzelend, vond haar arm den weg langs zijn schouder en om zijn hals; zij

Sluiten