Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m.

DE VIJVER.

Donker, in den donkeren avond, ijlde de vrouw naar den vijverkom. Toen stond zij stil en keek met groote angstoogen, als een gejaagde vluchteling, naar het pad, dat van de laatste dorpswoning naar den vijver slingerde. Maar in de dunne donzen sneeuwlaag stonden geen andere voetsporen dan de hare en geen stem riep haar tot het leven terug. Hijgend drukte zij de hand op haar wildbonzend hart, dat pijn deed, sloeg de armen om den ouden kastanjeboom en leunde haar kloppend lijf tegen den rui gen stam.

31

Sluiten