Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vrouwen, druk aan het Zaterdagswerk, toonden zich niet verrast. Aan die stroeve stugheid gewend, lei Lucie vlug haar lentegave neer en vergenoegde zich met stille zelfvoldoening. Toen liep zij minder licht met haar leege handen dan toen zij al die pakjes droeg.

Na de koffie stond zij even besluiteloos voor de breede boekenkast en Het haar hand over de banden glijden. Zou ze een boek meenemen naar het bosch?

Neen, zij had genoeg aan haar eigen gedachten.

Over het smalle landpad, tusschende grasgroene korenvelden, liep zij met haar veerkrachtigen tred het bosch in. Daar wachtte haar een zachte moskuil als een rustbed van groen satijn. Beschermend rezen de donkere dennen op hun rosse ranke stammen, waarlangs een eekhoorn klauterde, zonder zich aan aan het onschadelijk bijzijn van Lucie te storen. Onzichtbaar, ver in het bosch. koerde een klagende houtduif en zong

6

81

Sluiten