Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van joelende maskaraden, kool-wagens rammelden van trossen dansende zinnekens. Uit open «tuigen fonteinden serpenti'jns en wolkte confetti. Er wierd koekskenbijt gedaan, centen en pepernoten te grabbelen gegooid, liefst in de open deuren, zoodat de klissen straatjong het huis binnenbotsten en daar in de corridor of winkel, holderdebolder overhoop vielen en vochten en ruiten braken. En 't geluid van mirlitons, ratels, klepperkens, horens, harmonicas, orgels, en t getier en 't gezang, 't perste lijk de te dichte menschen tusschen de smalle straten en 't barstte

uoven ae aaKen m de heilig-schoone lucht lijk uitwaaierend vuurwerk kapot.

Jo Duim had daar, als ze nog jong was, ook gaar¬

ne aan mee gedaan. Nu was dat voorbij, maar Ze lachte nog smakelijk met de grappen en de zotte doening der vastenavondvierders.

Maar een ding kost ze niet uitstaan, dat was dit gemeen uitschelden dat de zinnekens tot de ongemaskerden deden.

Ze vreesde er tegen te komen, die]|haar zouden omringen, en 't leven harer ouders oprakelen, dat, spijtig genoeg, niet deugdzaam was geweest. Ze kookte al van woede op voorhand, en ze zou zich verweren! Want ze was sterk Jo Duim, ze droeg een zak patatten ^op haar

Het Keerseken. 3

Sluiten