Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

..Och Lievevrouwken, laat het ophouden met regenen, want morgen doet Liezeken haar eerste communie, en ze is in 't wit!"

Als hij zijn neusje in den duivenkijker stak, zag hij ginder, achter een doorzonde gordijn van regendraad, nevens den Begijnhoftoren, het zuivere blauw van den hemel. Dit deed hem goed alsof er in een donkere kamer zoet lamplicht wierd gebracht.

„Morgen is 't droog, en ze kan haar zilveren schoentjes aandoen!" fluisterde hij dankbaar.

Als de zon weer over alles licht en glanzen schoof, bleef hij nieuwsgierig de groote lap verte aanzien, die zich onder hem openrolde. Al de hovekens, de groote tuinen, de roode daken en torens, de vesteboomen, het groene laken van het veld, en de heuvelen der bosschen. Als hij dat nu eens uitschilderde met zijn verfdoos! Daar kon toch zooveel opstaan!

Er weefde zich wierook voor de verten, een Zuiltje van dansende muggen wiegt boven de lekkende dakgoot, en er komt van uit de huizen, waar er eerste communikanten zijn, er zijn er bijna vier nevenseen, een goede geur van lekkere beetjes.

En er gaat een plechtig gevoel over Nolleken zijn hart, als hij achter de doosachtige, blauwe kazerne de groote dunne maansikkel ziet, als een boog van zilver.

Het is alsof hij Liezeken zelve ginder in wit en zilver aan de lucht ziet staan.

Ze ritselt van blankheid en z' heeft een kroontje

59

Sluiten