Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

root weggeloopen, snuffelend langs den grond, en was m 't bosch gekomen waar het begost te smullen en te smeren aan malsche, sappige wortelen. En als het goed gegeten had, lei het zich van de deugd op zijn rug te slapen met zijn vier pootjes naar omhoog.

Het was eerst als de zon onderging, dat het wakker wierd, en zich plots herinnerde aan de kleeding der dieren.

Van eenen pas holde het naar de plaats waar het kleeden gebeurde. En het kwam vele dieren tegen, allen schoon gekleed en geschilderd verschillend en kennelijk van elkaar.

Het schaap had een wit hemdeken van krollekenswol aan, de ezel een grijs kleed met op den rug een bruin kruis geschilderd, omdat hij later O. L. Heer in Jerusalem moest voeren. De leeuw was gekleed met manen lijk een palmboom, de koe had witte en bruine plakken, de tijger was geduldig gestreept langs weerskanten, rechts en links rats hetzelfde. Zelfs de kikvorsch, die niet kon kiezen of hij uit of in het water leven zou, had een strak-om de leden passend impermeab eitje aan, dat met allerlei vreemde figuurkens beschilderd was. De hond had haren naar keuze; de eene lang, de andere kort. De geit droeg een baardje als een stadhuisklerk, en de haan had zooveel schoone pluimen gekregen, dat hij er geen verblijf mee wist, en daarom de langsten op het einde van zijn rug droeg; en de vogels, al de vogels, zoo schoon kan men niet droomen lijk die scnoon gekleed warenl

68

Sluiten