Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekomen, en 't moet van zelf weg gaan," zei ze, en ze haalde het fleschken naar den apotheker niet. 't Was zooveel gespaard. Maar toen ze spruitensoep wou eten op een Zondag, spuwde ze een bierkaraf bloed, en ze stierf met den kop op de tafel, nevens de spruiten-soep.

„Matantje is dood," ging het van huis tot huis.

Uit Thienen kwam er een kozijn, die algemeen erfgenaam hoopte te wezen. En deze regelde met de twee juffrouwen, die 's Zondags kwamen gerieven de begrafenis. De koster wierd aangesproken, de lijkbidder riep de doodsmare in de deuren of in de brievenbus.

In den vooravond van de begrafenis droegen de twee leerjongens van Jef Verschaeren, net kleine, smalle, witte doodskistje langs de besneeuwde straten. Aan zoo'n kist was geen boterham verdiend, zei de schrijnwerker, en hij zond zijn leerknechtjes om Matantje te kisten. Hij zelf had te veel werk met nieuwe meubelen te maken voor de Pijpelaar, den rijksten man der stad.

De twee jongens Staf en Gommaar, die nog maar een drietal menschen hadden zien kisten, waren bang, verstopten hunnen schrik.

„Hei mannekens," zei de kozijn, „ga maar naar boven. Juffrouw Clotil zal 't wijzen." Juffrouw Clotil ging hen voor met een brandende kaars, den draaienden trap op.

Ze kwamen op een klein kamerken met geribde zoldering waar het rook naar schraalheid en naar dood.

Juffrouw Clotil schoof de witte gordijnen van

76

Sluiten