Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZOMERKERMISSEN.

ZIJ is nu een oude Mejuffrouw geworden, met veirimpelden pruimenmond. Het vel hard en blinkend over de jukbeenderen: het

iueme voornooia m rimpels gekamd als een notenbalk, en het vleesch om de keel slap en vodderig, maar om dit te verbergen draagt ze daarvoor een Zwart fluweelen lintje om den hals. Ze ziet zich in den spiegel, ze doet haar oogen toe; en zeggen dat zij eens een zachte bloemige schoonheid was, vol moederlijke beloften en warme verlangens,

Ze zucht. Ze wordt weemoedig.

Ze wil haar gedachten van 't verleden aftrekken, met naar buiten te zien, door het open venster.

Maar uit alle dingen, die ze ziet, kruipen de herinneringen te voorschijn.

Ginder zit het witte dorp met zijn roode

95

Sluiten