Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zomerkleed onvoldaan over den rug van een zetel, en bleef lang wakker liggen in het breede bed.

Zoo tot haar dertig jaar het ze hoopvol een nieuw kermiskleed maken, maar hong het altijd 's avonds onvoldaan over den rug van dien zetel.

Moeder stierf. Veel kennissen waren gehuwd en eenigen hadden reeds kinderen. Nu was ze geworden, inplaats van blij en schuw in schoone afwachting, luidruchtig en aanstellerig. Maar als Z* het aan zich zelf voelde, hoe opdringerig ze was, dan botte ze in, en wou belangstelling wekken door ziek te doen. Ze wou niet naar 't bed, en dat vond ze juist zoo tergend, dat de genoodigden haar naar 't bed wouen. Ze zette zich koppig alleen in den hof, en als ze 's avonds den overschot van den feestdisch zag, in 't licht der bijna opgebrande kaarsen, vond ze die kermissen stom en vervelend.

In haar nieuwe zomerkleederen zat geen hoop meer in.

Toen ze tegen de veertig was, was er geen enkel jonkman meer aan den jaarlijkschen disch. Ze waren allen getrouwd, hadden hun vrouwen bij, en de gesprekken gingen nu over rustiger dingen; over *t huishouden, kinderziekten, geldbeleggingen, jacht en politiek.

Men flaneerde niet meer lijk vroeger naar het dorp. 't Waren alleen de meegekomen kinderen

98

Sluiten