Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al zou hij haar halen uit midden van 't dorp, tusschen honderd man.

En nu zaaiden en ploegden de boeren met een geweer over hun schouders. Vrouwen zag men bijna niet meer.

De processie ging naar 't kapelleken van de Nood Gods. Doch daar dit aan den overkant der Nethe stond, wit tegen het donkere woud, bleef de stoet vóór het water staan en aanriep alzoo de Moeder Gods, en haar dooden zoon, opdat het perijkel van den booze zoude ophouden. De Sater zag hen van uit het woud. De kleurige vanen en brandende lanteerns; hij zag hen knielen en hunne armen uitsteken naar het kapelleken; hij zag de witgekleede maagdekens met blauwe sluiers, en bij die maagdekens zijn geliefde, met haar groote oogen onder het blonde haar. Hij wist niet wat al dit volk beteekende, hij dacht er ook niet op na, hij zag maar naar haar, en in haar oogen lag het heimwee, het verlangen naar het woud. Hoe zocht zij met haar oogen in de boschdiepten als om iets te vinden wat haar Zoet was. Hij meende in het water te springen en haar te halen, maar het vossenmelk dat hij vroeger ingezogen had gaf hem redelijker gedachten .... De processie ging langzaam terug dorpwaarts. Kleine jongens en priesters zongen psalmen over het groeiende land, en de beelden van Sinte Caterina en O. L. Vrouw, door de witte maagdekens gedragen, lieten het geschil-

143

Sluiten