Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbouwereering, dan geweeklaag, en dan al de mannen en veel vrouwen er achter, terwijl de kinderen op den weg bleven staan, huilend in de plooien hunner moeders rokken.

Maar ze haalden den Boschgeest niet in, hij zwom tijdig de Nethe over en verdween triomphantelijk in de duistere kathedraal van het woud.

Van al de dorpen, die rond de Begijnenbosschen hun torens naar den hemel spitsten, en dat waren er wel twintig, wierd er een week nadien op een vastgesteld uur, door al de boeren en de kasteelheeren en garde-champetters een klopjacht gedaan. Iedere groep vertrok van zijn dorp met bijlen, geweren, zeisen, rieken en messen gewapend, en alle honden waren losgelaten. Zoo vormden zij als een ketting rond het bosch, die meer en meer toeknelde. Eiken hollen boom wierd onderzocht, in de plassen wierd er met rieken gewoeld en gestoken. En na veel uren ontdekten er eenigen het hutteken van het meken, en lieten het in vlammen opgaan.

En plots zagen ze ginder in een zonnevlek zijn rood lijf bewegen. Hij blaasde een vroolijk liedje op zijn zevenpijp, terwijl zij in haar verscheurd, wit processiekleed op den grond gezeten hem lachend aankeek en van d'eerste madelieven een kroontje vlechtte.

Plots een knal, en in den rug getroffen sprong hij met een vervaarlijken kreet omhoog. Hij

Het Keerseken. 10

145

Sluiten