Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

korenaren, hakte lijven door dat de twee helften der goud-beharnaste moorenlijven langs weerskanten van de brieschende paarden vielen. Zijn koperen baard was rood van bloedgespuit, en zijn zwaard als een roode vlam, die den dood slingerde onder de Arabieren.

Zijn onderste kin kwam hevig vooruit, maar zijn blauwe oogen bleven zacht en slaperig, alsof ze van hem niet waren, als iemand die vroom in de stilte bidt.

Als de avond blauw tusschen de harde rotsen schemerde, maar de hoogste toppen nog juichend gloeiden als kolen vuurs, blies Gommarus de zege op zijn goudversierden olifantstand. Zijn leven was beslist.

En als hij na lange dagen reizens weerom aan het hof kwam, waar de vreugdewijn over de tafel liep, vroeg en kreeg hij de liefde der schoone Grimmelda met haar duister-zwarte haren, met blauwen schijn er in, lijk bij de raven van Wotan.

De Bisschop van Kamerijk deed hun den trouwring aan de vingeren. Pepijn de Korte maakte hem Heer van Rietland aan de Nethe, en nu toch de Sarazijnen over de scherpe Pyreneeën waren gesmeten, de Longobarden zich koest hielden, als door katbeloerde muizen, en de ploeg weer in vrede den vruchtbaren grond in malsche schellen sneed, gaf hij aan Gommarus verlof naar zijn streek te gaan wonen.

En na een lang feest toog het huwelijk op met ossen-bespannen wagens naar de landen

151

Sluiten