Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg tot witte assche, terwijl Grimmelda binnen een minneliedje op een cither speelde.

Als een monnik 's avonds de legende der heiligen voorlas, of uit het evangelie, viel zij in slaap. Als een pelgrim overnachtte en vertelde, viel zij in slaap. Zij viel altijd in slaap.

Zij kon 's morgens niet opstaan voor de mis, en bleef liggen. Maar Gommarus zag wel dat ze niet sliep, zij luisterde. Zij probeerde te ontdekken of men niets kwaads van haar zou zeggen, om te kunnen bijten. Zij luisterde achter de gordijnen de gesprekken af, zij luisterde aan de staldeuren. Zij sprak nooit een enkel woord tot de minderen, en gaf aan de drie gezelschapjuffrouwen korte bevelen en zond ze dan "weg, en brodeerde.

Zij kon een uur lang aan een roos zitten rieken.

Gommarus ontdekte hoe er in dit slanke, smalle lichaam, met zijn kouden innerwaartschen blik, een groote vleeschelijkheid kookte.

Doch hoe zijn maag hol was van ontgoocheling, hij bleef kalm, verweet haar niets van haar trots, valschdoenerij en slap geloof, zweeg, en hoopte dat het allemaal wel zou overgaan, als z' aan de streek en het nieuwe leven gewend Zou zijn. En hij bad in de kapel opdat ze zou worden, zooals hij ze had aangevoeld toen hij haar hef kreeg: een heilige van de mozaieke gewelven neergedaald. Gommarus wou soms met eenvoudige neven-vragen weten, wat haar zoo deed Zijn, maar sluw ontweek ze die en zweeg. Ze was

156

Sluiten