Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laten en de meiden te gemeenzaam te worden, met hen te dobbelen en te drinken, te werken en te vechten.

Op de vermaningen van Gommarus herhaalde ze steeds: „Dit hebt ge zoo gewild."

En nog wilde hij haar zien in 't licht der bermertigheid, en zooals men van dorst piaswater moet drinken waar vuil in ligt, en het water eerst van dit vuil wil verwijderen, zoo nam hij voor om dit te verkrijgen, eene bedevaart te doen naar Rome, naar de graven van de Heiligen Petrus en Paulus.

Verschillende Heeren uit het omliggende zouden meegaan, en ze zouden tegare komen te Nivesdonck, waar nu de stad Lier bij elkaar troppelt.

Gommarus was met zijn volk daar eerst aangekomen, en sloeg er voor den nacht zijne tenten op.

Het was in de Mei als de boomen in de bloem staan.

Nu was er een der krijgers, die uit krijgersplagerij, in een boogaard van een boer een schoenen wit en roos bloeienden appelboom had omgekapt.

De pachter kwam zijnen nood en gramschap aan Gommarus vertellen, en Gommarus beloofde hem in eere te herstellen.

Het was volle nacht, de maan stond als een blinkend schild in den reinen Meihemel, de mannen sliepen en door een hemelsche ingeving geprikkeld, zette Gommarus in 't bijzijn van den boer eigenhandig den verslensten boom op elkaar, bond er zijn gordelriem rond, en den boom

Het Keerseken. n

161

Sluiten