Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar dat hij op Nivesdonck op een der Netheeilandekens, een kapelleken moest timmeren en daar zich terug trekken in den geest JezusChristus.

Gommarus dankte met een heerlijk gebed, en tegelijkertijd, viel alle lust, alle aanzuiging naar zijn vrouw, lijk in. October de blaren van de boomen vallen, voor altijd weg.

Nu kende hij zijn roeping, die was niet bij de vrouw, maar op de schitterende hoogten van den geest.

Hij wierd als met een goede zalf oversmeerd, en terwijl de anderen naar Rome trokken begon hij geestdriftig het kapelleken te bouwen.

De zonden zijner vrouw hadden hem heilig gemaakt, en heelder dagen was hij daar in de eenzaamheid opgetrokken in den Heer. Slechts nu en dan, als hij daarvoor ingeving kreeg, ging hij naar Emblehem, een half uurken van daar, om de onderhoorigen over den Hemel te spreken, en ze te troosten in htm lot, en om zijn vrouw te berispen. Want nu zij weer alleen was, vierde zij haar groen hart uit, zoo overmoedig wel met meer, maar nu genipter, fijner, maar eens zoo stekender, en als zij de gelegenheid zag weer laag-brutaal.

Zoo had de zonnehitte de Nethe uitgedroogd. Die kookte over de maaiers, die bewaakt wierden van uit een gelommerden wagen, door Grimmelda.

Het zweet droop van hun lijf, de dorst

163

Sluiten