Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met groote* angstige oogen* nieuwsgierig naar de Kistprocessie kwamen zien, en vroegen wie er nu gestorven was.

En nu was 't een echte ontgoocheling voor die van Lier, als ze vernamen dat er geen doode was*

„Moest ik daarvoor mijn huis alleen laten staan," zei Jef Verdicht, de boekdrukker, om een ledige kist te zien* 'k Blijf dezen keer in mijn kot* Ik zweet lijk ne gieter, en *t is maar een beeweg lijk nen andre."

De vreugde der beewegers kraakte lichte barsten in hun donkeren angst, en als ze zonder doode in den Oude-God kwamen, zwaaide 't Rikuske zijn lange armen als molenwieken in de lucht, en riep: „We zullen de klokken luiden! We zullen onze vensters dezen avond met keersekens verlichten!"

Ginder was Antwerpen!

Nog niemand dood!

„Rapper! Rapper!" ging het van mond tot mond! En plots, want die processie van honderden menschen was als één mensch, ging men rapper, rapper om den dood te verschalken, en men zette net op een loopen! De onderkoster vooraan met het kruis, de twee misdieners, het muziek zonder te spelen, de pastoor, die mee moest, hoe hij ook glimlachend-medelijdend het volk aanmaande kalm te blijven, en dan al die vrouwen en mannen, de gekirukten, de blinden, de manken, ze hepen, en de twee doodkistdragers liepen, en de diligentie waggelde nu achteraan

Het Keerseken. 12

177

Sluiten