Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een zak erwten die leeg geschud wordt. Men viel over elkander maar ze waren binnen de vesting! en ze openden mee den mond om van vreugde te huilen.

En daar reed de volgepropte diligentie de vesting binnen! Men was gered, er was geen doode! En het muziek begon de „Vlaamsche Leeuw" te spelen, en de eenen knielden, de anderen dansten.

De tranen rivierden over vuile bestofte, bezweete gezichten. Men zong, men juichte. Elke mensch was niet alleen blij, omdat hij niet dood was, maar omdat er memand het leven laten liggen had. Ze voelden zich onbewust als één geheel, als één lichaam met vele ledematen, als een ketting van verbroedering.

Men danste in den ronde rond het kruis, men wierp met hoeden en zwaaide met stokken!

Op bevel van den pastoor stapte de kruisdrager voort, en nu gingen de bedevaarders arm aan arm dansend en zingend achteraan, op de voois van 't muziek, die speelde:

Waar kennen wij nog beter zijn dan bij ons beste vrienden.

En ginder tegen het uitdoovend goud van den dag, stond de groen-uitge slagen koperen SintAndriestoren, zwart tegen de lucht*

En daar waren klokken in den toren die zwart overendweer zwaaiden, dat kon iedereen zien, en iedereen hooren*

„De doodsklokken! De doodsklokken!" zei men verbaasd, „en er is toch niemand gestorven!"

179

Sluiten