Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Emerance geef mij een frank!"

Emerance is zijn vrouw, een slungelig mensch, dat veel snuift om d' armoede en haar eeuwige tandpijn in een nies te kunnen vergeten.

„Ach Achil," klaagt ze, „g' hebt gisteren mijn laatste duit gehad."

„Twee frank!" klinkt het dreigend.

„Ach Achil toch, en 't is dees week zoo dun geweest!"

„Drie frank!" , „Maar Achil toch! we kunnen morgen geen vleesch halen."

„Vijf frank!"

„Ach God! Ach God! en Donderdag komt de ontvanger van den bloemmolen voor die laatste zak!"

Ambiorix heeft een glazen vaas van de schouw genomen, en zegt afgemeten terwijl hij de vaas vooruit steekt: „Een.... twee .... drij!" en onverschillig alsof ft een gazet was, laat hij ze vallen. De schervelen rinkelen lijk muziek. De vrouw weent, terwijl ze met hare lederige handen in heur haar krabt.

„Ach Achille! die schoone vaas op den tombola gewonnen! Och God! Och God! er was wel een scheur in, maar memand kost het zien! Oei! Oei! mijn schoon vaas, nog gewonnen op den tombola voor de Chineesche kindekens!"

Ambiorix heeft zoo een tweede vaas genomen, en zegt weer afgemeten: „Een.... twee .. ." 't Woord „drij" komt er met uit, de vrouw haalt haastig en snikkend de beurs uit de tafel-

182

Sluiten