Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Emerance van haar tandpijn; „Ge verbrandt uw broek!" roept ze, „uwe goede broek van 6.75 fr. de meter!"

„Wat verbrandt moet met verslijten!" zegt Ambiorix en vecht terug tegen Reus Finard.

De band van zijn velo is plat. De velopomp vinden ze niet, alweer de kleine zijn schuld, en ze weten, als ze de pomp moesten vinden is er toch den rubberen darm af.

„Kom hier!" zegt Ambiorix, en hij legt zich op zijn buik, zet zijn mond op de soupape en blaast den band zoo gemakkelijk en vlug op, [alsof het een kikvorsen was aan een strooien steeltje.

Hij leest, als hij leest, boeken waarin veel gevochten wordt. De Leeuw van Vlaanderen, De Drie Musketiers, Jan Onverzaagd, De Vier Heemskinderen. Maar bovenal houdt hij van Jan Breydel, en bijzonder van Ambiorix, die aan César een baard deed dragen. Hij speelt zooveel van Ambiorix dat men hem ook zoo heeft genoemd, en dat is voor hem een grooten roem.

Staat er op de foor een worstelbarak, waarbij altijd een neger aangenomen is, dan staat hij te wachten tot de barakbaas roept: „Wie der geachte medeburgers durft het tegen dezen neger: Massala de kampioen der zware gewichten te vechten?"

„Ik," roept Ambiorix. En wat later staat, hij nog slechts met zijn broek aan, het chocolade mooren lijf in zijn blanke armen te benijpen dat het

185

Sluiten