Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

HERINNERINGEN

II

Je breede boot, die wij den visschers gaven,

omdat die hun behoorde bovenal, ligt, tusschen velen, in de bekende haven,

nog eiken nacht aan den verlaten wal.

En dat deez' vréémden nu het zeil los gaven (wat jij zoo minde) aan der winden val

en dat in 't zicht, van waar jij ligt begraven, z'een ander voor den avond binden zal.

Men zegt, 'tis wijs t'aanvaarden en te zwijgen, maar o, nog jong zijn! en dit niet verstaan!

Soms wild' ik wild de zee met jou bestijgen en jouw gedachte was mijn zeil, mijn baan,

en in joüw durf èn zee èn boot, je eigen, in laatste vreugd voor altijd ondergaan.

Sluiten