Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERINNERINGEN

19

XI

O stroom van dagen, die maar eender waren!

O troosteloosheid! o weemoedigheid! ik zwierf langs d'ijsbaan tusschen lange scharen

eens een namiddag van dien eersten tijd.

En langs en met mij met gelijk gebaren ruischte 't gerij op de bevrorenheid,

alsof het niets dan mijn gedachten waren in eend're rondgang en verlorenheid.

En rondom roerloos lagen wit de landen, eind'loos besneeuwden in doorroosden schijn.

En dicht bij d'aarde stond de zon te branden straalloos maar helder als doorglansde wijn,

en o! de naglans op gelaat en handen! en o! het vreemde van alleen te zijn!

Sluiten