Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PLOEGOSSEN

27

PLOEGOSSEN

Hoog was de hemel, stil en strak, en als wijn borst uit de spon,

brak midd'in haar klaargekoepeld vlak als een ster van vuur, de zonl Windlooze toppen, torens, stammen, stonden op d'aard' als rechte vlammen, stonden in den strengen daad van licht, stralend, sterk en opgericht I

Doodstille korens uitgezwikt,

zwaar van dracht en licht, lagen als slagvelden neergeknikt,

stijf en wild en dicht. Ver aan den horizon stortte een regen

licht uit de wolken neer, kop'rig gestegen.

Achter hun breuken stonden als zwaarden

zonbund'len neer op de heete aarde.

Roerloos alom Maar ten heuveltop,

zwart voor een lucht van staal,

ploegden twee ossen den bunder op trotsch als ten zegepraal.

Achter hen rolde de volgende grond, donker geblokt tusschen goud en blond open in schaduw voor na voor, scherp in de zon tot een reuzenspoor.

Sluiten