Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VOGELVERSCHRIKKER

31

en het bloeiende leven rondom maakt hem zwart

en belachlijk, en al wat hij doet is het tijdlijk behoeden in

zwijgenden spot,

der brekende zaden, der tijdlooze daden

van God. —

— Bij nacht als de zomerstorm rondruischt en

schuift langs de ramen door 'tmaanhcht de schaduw der takken van één

en te zamen, doemt plotseling de vruchtlooze weelde van alles

koudlachend naar voren,

en ik voel mij die zwakke kilstrijdende takken,

wild, bloesemverloren.

Dan rijst in de verte dat beeld op den top van den

akker,

met dorstende armen gestrekt en mijn leven wordt

wakker.....

en ik voel mij als danst' ik dien nacht op de plek

waar hij staat

en mijn armen gaan zwerven.... en ik dans tusschen scherven

mijn wanhoop en haat.

Sluiten