Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLEINE LIEDEREN UIT DE LENTEWIND 57

V

INTERIEUR

„Wij zoeken allen hier om niet. Het is verloren in 't begin.

Wat heeft ons verder vragen zin?

Het is vergaan in 'teerste lied." De schemer stort zich zwart te samen

't Vertrek verdonkert, maar 't verschiet staat grijs en vierkant in de ramen.

Dichtbij het hooge raam wat schijn. Klavierivoor.... en als een wrong, een bloem, die zich tot bloeien dwong,

gerekt en kwijnend in 't kozijn. Wanneer van buiten een lantaren

opgaat, beeldt zich aan het gordijn haar mag're kroon op d'enk'le blaren.

Gij spraakt: „al is in ons verstomd

dit bed en niets ons overbleef;

en d'eerste mensch dien God verdreef, langs eiken weg ons tegenkomt...." Gij zweegt— en weest, naar 'tvenser gaande, naar 't Grieksche beeld, ten worp gekromd, met afgeknotte armen, staande.

Sluiten