Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EXCLAMAVI

67

VII

De draai van de kade die straten doorsnijden, de brug, over 't water der statige schans, met nad'ren en wenken van rad'ren, berijden de langsgaande wagens in rollenden dans.

Twee trapp'lende paarden, die smeekend terzijde, de keien beschampen met struiklenden haat, staan stram van geweld aan de helling daar beiden, trotseerend en hoog voor de lengte der straat.

Zóo zag ik U staan, aan de helling, als paarden, opzwenkende tijd! In uw steig'rende pracht! met de driftige steun aan de klat'rende aarde, de vonken beneên en de wil die veracht, zóo zag ik U, leven, — weerbarstig als paarden! — voor het licht dat ik zocht, voor den weg dien ik dacht.

Sluiten