Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72

EXCLAMAVI

XII

O duist're boom, in wiens ontblaarde twijgen een winternacht, geluidenloos en licht, de koele sneeuw kwam scheem'rig nederzijgen en bij den dag stond dragend opgericht.

En was slechts bloei voor ander schoon dan eigen en neeg het hoofd voor een gedoemd gewicht. O duist're boom, door een gespannen zwijgen zijt gij bezonken in mij tot gedicht.

Wij zijn zoo donker en Gij wit van eeuwen. Wij stormen opwaarts onder zwaren schijn. Uw handen rusten op ons en wij schreeuwen om van Uw zuiv'ren last verlost te zijn. Wij zijn als wilde boomen onder sneeuwen maar morgen buigt Gij ons tot een fontein.

Sluiten