Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SGHELPENVISSGHER

83

DE SCHELPENVISSCHER

De zee, waar hij staat, lijkt een vijver die wiegt,

een kalme en lenige vlakte die deint,

waar een enkele golf stort — en lichtend verschijnt

als een meeuw, die zich ücht voor het licht wendt en vliegt. Maar voor springt de branding en tuimelt in

sneeuw.

2

Zijn schaduw beweegt als een dwaas harlekijn. En 't gespiegelde paard en de kar dansen mee, mismaakt op de schoot der doorschijnende zee,

op schomm'lende maat. En middenin werpt hij de bjn in het bbjvende Ücht, op een weg die vergaat.

3

En alles is wiss'lend en vlucht om hem weg, de vogels, de winden, het water, 't geluid.... maar vast en onzichtbaar — voor ruischenden buit

diep daaronder, schuift grijpend en schurend zijn dreg op bodem van duister en zingenden donder.

Sluiten