Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

ZWERVEND LIED

Men kent het ginds aan Uw gezicht

en oogen licht. En nergens wil het wonen, want

het is uw kind

o Noordenwind

van het Germaansche land.

9

Het hoort door alle tijden weer

de olmen in den nacht. De paarden trapp'len op den weg

het slaan der gracht. Het heeft Uw stem en Uw gebaar,

Uw blonde haar. Het is uw bed, uw bevebng, het zwerft en scheert weerom en keert zoo simpel als het ging.

10

De paarden die ge streeldet, staan

te stampen in den stal. De wagens dreunen bij Uw komst

naar overal. Keer weer die in het koren sliep,

toen God U schiep. Van Westergloed tot Oosterbrand, mijn wijde wind! mijn lied, mijn kind van het Germaansche land!

Sluiten