Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

JHR. DR. J. SIX

zuster uit het tweede huwelijk, niet minder dan de kinderen uit het eerste, altijd door mijn vader als een volle neef beschouwd, en, meer dan de anderen, met hem, door hun gemeenschappelijke belangstelling in de oudheid, in geregelde aanraking en vriendschap gebleven. Zijn vader, wiens voortreffelijke uitgaaf van Hesiodus nog geroemd wordt, was een geleerde met veel smaak, een dichter van weinige, maar dan ook van de mooiste verzen van zijn tijd, die nog te genieten zijn, en, als hoogleeraar, een sieraad van het Athenaeum Illustre, die bezielend gewerkt heeft op menig leerling van die school. Hij heeft hem reeds verloren, toen hij nog geen 24 jaar was, maar zonder twijfel had de breede belangstelling voor de antieke en de Hollandsche Oudheid, die in het vaderlijk huis heerschte, haar invloed op hem uitgeoefend. Van het huiselijk leven en den vertrouwelijken omgang met zijn kinderen, 's zomers op zijn geliefde Manpadt, 's winters in het mooie huis op de Heerengracht (thans 527), gaf zijn zoon Jan, die in 1851 den Navorscher oprichtte, een treffend en genoegelijk beeld in een van zijn beste gedichten1). Ik haal er alleen uit aan wat meer bepaald verband houdt met mijn onderwerp:

„Wat is er jonge-lief ?" zoo doet Papa zich hooren, Als plots'ling één van ons zijn studie-rust komt storen, De kruk omwringend met een welbekend geknar: Ons antwoord is een vraag, gedaan met kort gemar, Want kostbaar is de tijd, die tusschen al deez' boeken. Mijn' Vader overblijft om voor zich zelf te zoeken; Doch steeds ontvangt de vraag een vriend'üjk wederwoord. Nog vriendlijker, wanneer ze óók tot zijn vak behcort, Al weifelt ze uit den mond van pas ontdopte kwakken2).

*) Herinneringen aan het ouderlijk hui». J. H. van Lennep. Ge<lachten en Gedichten. Uitgegeven voor particuliere rekening. Zeist, J. W.

^T „Kwak'\5 latijnsche-schooljongen in het eerste studiejaar. (Noot van J. H. v. L.).

Sluiten