Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERINNERINGEN AAN MR. W. W. VAN LENNEP 7

Warner heeft, wat toen niet zoo zeldzaam was, vóórdat de liefde van de opgroeiende jeugd voor de groote dichters der Oudheid door letterzifterij vervreemd was, in plaats van propaedeutisch examen, candidaats in de letteren gedaan. Hij werd te Amsterdam in 1851 als student in de letteren ingeschreven. Zijn vader was reeds in 1838 emeritus geworden, maar had in 1849 toch het onderwijs in de Romeinsche Oudheid weer op zich genomen. Het Grieksch werd toen door Martinus des Amorie van der Hoeven onderwezen. Van Lennep promoveerde te Leiden 26 Maart 1857 in de rechten.

Later kwam hij, jaren lang, met Dr. G. Dornseiffen, conrector van het Gymnasium, op winteravonden geregeld bij mijn vader, Jhr. Dr. J. P. Six, in diens huis op de Heerengracht bijeen, om de Grieksche tragici en, bedrieg ik mij niet, ook Pindarus te lezen! Zoo werd de vriendschapsband met zijn, negen jaar ouderen, neef gelegd, die duurzaam bleef, ook later toen de bijeenkomsten hadden opgehouden.

In 1879 was ik zelf sedert vier jaar student in de oude letteren te Amsterdam en zuchtte nog voor mijn candidaats. Het ontbrak mij niet aan belangstelling voor de Grieksche schrijvers. Ik had zelfs mijn tijd wel verdaan met pogingen Pindarus in de oorspronkelijke maat te vertalen. En dit en mijn bewondering voor de verzen van zijn vader en natuurlijk ook voor Vondel, bracht mij zeker nader tot den man, die, wat leeftijd betreft, mijn vader had kunnen zijn. Ik geloof anders dat ik mij dien zomer meer bezighield met het verzamelen van mooie wilde planten in mijn tuintje dan met Homerus, wat niet uitsluit, dat de gesprekken met den heer Warner over andere onderwerpen liepen.

Zoo herinner ik mij dat hij toen ook op Jagtlust

Sluiten