Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JHR. DR. J. SIX

ken, dat, door de maat die juist verkeerd gelegd werd; in dezen geest:

Toen ik verleden de post aanhoudend, Uw brief had

[ontvangen

dacht, ik er aanhoudend over en schoon van natuur ik

[nu juist niet

meegaande ben, zoo wilde ik toch liefst meegaande met

[Vondel,

Bilderdijk, U en de Vries en te Winkel goed Nederlandsch

[schrijven.

Aan het slot meende ik duidelijk gezegd te hebben dat ik het vraagstuk allerminst wilde beslissen maar gaarne nog eens zou bespreken, maar de Heer van Lennep schreef boven mijn brief:

,,J. S. beweert, dat men de geaccentueerde syllabe nooit in de zwakke plaats van een dichtregel mag plaatsen".

Dat was zeker mijn bedoeling niet geweest. Ik had alleen op mogelijk verkeerd gebruik willen wijzen. Hexameters had ik alleen gekozen omdat ik vaak een voet van twee bijna gelijkwaardige deelen noodig had om den verkeerden klemtoon te laten hooren. Toch viel hij mij vooral daarop in zijn antwoord aan, beginnend met een toespeling op een schuilnaam, dien ik in den studentenalmanak gebruikt had en waarschijnlijk de herinnering aan eenige hexameters, die daarin waren opgenomen, waar die maat onvermijdelijk was, omdat de dwaze navolging van het begin van den Ilias juist den lach van den lezer moest uitlokken.

Hier volge dat antwoord:

Amsterdam 5 Augustus 1879.

geschreven toen Kappeyne Stadhouder was over Nederland — vandaar de soms mismoedige toon. —

Sluiten